Jaar 1847 (2)

Parson, Petro (1847). “Voor rijk en arm” (pagina 10-11). ┬áJ.H. en G. van Heteren (Amsterdam) 14 juni 2015

 


“Pietje en Keesje

Pietje.

Aanstonds komt de bullebak,
En stopt Keesmaat in zijn’ zak!

Keesje

Ha! Ha! Ha! ik lach er om,
‘k ben niet meer zoo klein en dom.
Schaam u wat, onnoozle PIET!
Bullebakken zijn er niet.”

“Sint-Nikolaas.

’t was Sint-Niklaas verleden jaar,
Wat hadden wij een pret!
We sprongen dansend door elkaar,
En gingen laat naar bed.

Ik was wel, toen ik eerst hem zag,
wat bang voor Sint-Niklaas,
Maar schoot al spoedig in een’ lach
Op ’t zien van d’ ouden baas.

Ik wist er eindlijk niets meer van,
Al gaf hij me ook een’ klap:
Ik zag: hij was een goede man,
’t Was louter voor de grap.

Ik trok hem dan eens aan zijn’ rok,
En dan eens aan zijn been,
En dan eens aan zijn’ bezemstok,
En zong en sprong meteen.

‘k Ben voortaan nimmer meer bevreest,
Nu ‘k alles beter weet:
’t Is Jan-Neef onze vriend geweest,
Die had zich zoo verkleed.

En (Moeder heeft het mij gezeid,
En Moeder weet het wel)
’t Is altijd enkel vrolijkheid,
En louter kinderspel.”


De volgende kenmerken komen terug in het boek:
Bang maken (van kinderen)
Duivels, geesten en spoken
Zak/korf/mand


Literatuurlijst (V)